Coeliakie diagnostiek (anti-TTG en anti-DMG)

BA90

Coeliakie of glutenintolerantie is een aandoening waarbij de darmen niet goed om kunnen gaan met gluten. Chronische diarree, buikpijn, anemie, gewichtsverlies, onverklaarbare leverproblemen of osteoporose (botontkalking) zijn klachten die voor kunnen komen bij coeliakie. Bij kinderen worden daarnaast ook groeiachterstand en continue irritatie gezien. Bij diabetes type 1 of bij andere autom-immuunziekten is de kans op het ontwikkelen van coeliakie groter.

Het stellen van de diagnose coeliakie is moelijk. Het belangrijkste onderdeel hierbij is de klinische anamnese van de dokter. Antistof testen (anti-TTG en anti-DMG) kunnen duidelijkheid geven, maar lang niet altijd. Deze antistoftesten zijn behalve bij het ondersteunen van het stellen van de diagnose coeliakie goed bruikbaar bij het evalueren van de effecten van een glutenvrij dieet. Antistof hoeveelheden zullen dan namelijk moeten dalen.

Wat meten we en waarom?

We meten auto-antistoffen die het lichaam onterecht maakt tegen eiwitten die voorkomen in tarwe, meel en granen. Voorheen was het alleen mogelijk om een biopt (hapje) uit de darm te nemen en dit stukje weefsel te bekijken onder de microscoop. Gelukkig is dat nu meestal niet meer nodig en kan de diagnose vaak worden gesteld met behulp van de antistoftesten.

Er zijn drie antistoffen die bruikbaar zijn, waarvan in ieder geval anti-TTG moet worden ingezet. De combinatie met anti-DMG maakt de diagnose sterker.
Anti-TTG (anti-tissue transglutaminase) IgA: een enzym dat gluteneiwitten aan elkaar kan verbinden. Als het eiwit IgA te laag is in de patient (IgA deficientie), kan deze test niet gebruikt worden en wordt anti-TTG IgG gemeten.

Anti-DMG (anti-deaminated gliadine): gliadine is een stukje van het gluten eiwit.

Als resultaten onduidelijk zijn van de beide bovenstaande testen, wordt anti-EMA (anti-endomysium) IgA ingezet. Deze antistoffen worden aangemaakt als er schade ontstaat aan de darmspier.

De testen moeten altijd worden uitgevoerd ten tijde van blootstelling aan een glutenrijk dieet. Als er geen gluten worden gegeten, kunnen de antistoffen namelijk laag zijn en kan de diagnose worden gemist.

Wat betekent de uitslag?

Als er in het bloed geen anti-TTG en anti-DMG zijn aangetoond (negatieve uitslag) is de kans op coeliakie klein. Als er in het bloed verhoogde hoeveelheden (positieve uitslag) worden aangetoond, is de kans op coeliakie groot. Zijn de uitslagen licht verhoogd, dan is het onduidelijk (dubieuze) uitslag en zal er geadviseerd worden om te test na een aantal weken onder een glutenrijk dieet te herhalen. Blijven uitslagen dubieus dan is de kans op coeliakie klein, maar niet uitgesloten.

De echte bevestiging op het hebben van coeliakie kan alleen worden aangetoond met een dunne darm biopt.

HLA-DQ2/DQ-8 DNA onderzoek kan aanvullend ingezet worden om coeliakie uit te sluiten. Bij afwezigheid van HLA-DQ2 en DQ8 is de kans dat coeliakie aanwezig is of zich zal ontwikkelen, zeer klein. Het wel of niet eten van gluten heeft op deze test geen invloed.

Informatie over de tarieven

In de tarieventool vindt u de tarieven van onze onderzoeken van 2020. Op het aanvraagformulier heeft uw arts aangegeven welke bepalingen hij door Saltro wil laten uitvoeren. U kunt zoeken op de naam of de code van de bepaling. Klik vervolgens op de + en het tarief wordt in het kostenoverzicht gezet en automatisch opgeteld. Zo heeft u een indicatie van de kosten die in rekening worden gebracht.

Bekijk de tarieven